In 2021 is 20 procent van de sportverenigingen vitaal (25% in 2018) en 29 procent kwetsbaar (21% in 2018). Deze negatieve ontwikkeling lijkt het gevolg van de coronamaatregelen, aangezien vóór deze periode een positieve trend in de vitaliteit van sportverenigingen bestond. De meting van de vitaliteit bestaat uit twee onderdelen: organisatiekracht en maatschappelijke oriëntatie.
Met name verslechtering op het gebied van leden en beleid
De organisatiekracht wordt gemeten aan de hand van vijf criteria: leden, kader, accommodatie, financiën en beleid. De afgelopen twee jaar zijn met name de scores op het gebied van leden en beleid gedaald. Vooral binnensportverenigingen scoren slecht op het gebied van leden.
Ondanks dat veel verenigingen zich zorgen maken over de financiële situatie van de vereniging gedurende de coronacrisis, is de score voor financiën nauwelijks verslechterd. Dit lijkt het gevolg te zijn van de financiële steunmaatregelen van de overheid.
Minder maatschappelijke activiteiten
De maatschappelijke oriëntatie van verenigingen is in de afgelopen twee jaar afgenomen. Dit was te verwachten, aangezien maatschappelijke activiteiten door de coronamaatregelen vaak geen doorgang konden vinden.
Wel opvallend is dat de maatschappelijke intentie – het aandeel verenigingen dat positief tegenover een actieve bredere maatschappelijke rol staat – ook is afgenomen. Verenigingen met problemen geven prioriteit aan het organiseren van sportieve activiteiten voor de eigen leden.
De vitaliteitsindex
Deze resultaten zijn gebaseerd op de vitaliteitsindex. Die index laat zien of verenigingen nu en in de toekomst goed in staat zijn hun sport(en) aan huidige en potentiële leden aan te bieden en in hoeverre sportverenigingen zich richten op maatschappelijke activiteiten en/of taken. De vragenlijst is uitgezet onder het MI Verenigingspanel, dat bestaat uit meer dan 2.200 verenigingen.
Lees de volledige bevindingen in het factsheet ‘Vitaliteit sportverenigingen in Nederland: Ontwikkeling tussen 2018 en 2021’.