Het lijkt erop dat je een verouderde browser gebruikt waarin sommige onderdelen van Clubbase niet goed functioneren. We raden je aan om een andere browser te gebruiken.

Veertig procent van sportclubs vreest voor voortbestaan

NOC*NSF22 mei 2020

Vier van de tien Nederlandse sportverenigingen maken zich zorgen over de toekomst. De coronacrisis zorgde ervoor dat complexen en kantines hun deuren moesten sluiten, waardoor clubs veel inkomsten misliepen. Een kwart van de sportverenigingen geeft dan ook aan ondersteuning nodig te hebben om te kunnen overleven, zo blijkt uit het onderzoek ‘De gevolgen van coronamaatregelen voor sportverenigingen’ van het Mulier Instituut.

Nederland kent een unieke sportinfrastructuur. Veel vrijwilligers en een beperkt aantal professionals zorgen samen voor een efficiënt en breed gedragen netwerk van ongeveer 25.000 verenigingen die sport tot in de haarvaten van de samenleving brengen. Dit netwerk staat momenteel onder zware druk omdat belangrijke inkomsten zoals kantineopbrengsten en deelnamegelden wegvallen, terwijl hoge vaste lasten zoals de kosten van de accommodaties in de vorm van huur, kapitaalslasten en onderhoud wél gewoon doorlopen.

De zorgen van de clubs komen dan ook grotendeels voort uit een verwacht verlies van leden en vrijwilligers en een hoge inkomstenderving. Twintig procent van de verenigingen denkt namelijk dat een deel van de bestaande leden hun lidmaatschap gaat opzeggen. Ook wordt naar verwachting bijna dertig procent van de begrote inkomsten voor heel 2020 misgelopen.

Noodpakket helpt niet iedereen

Om de sportclubs tegemoet te komen, besloot het kabinet al om 120 miljoen euro voor hen vrij te maken. Het noodpakket helpt een flink deel van de sportverenigingen in ieder geval tot en met mei van dit jaar. “Wij zijn blij met de noodmaatregelen van het kabinet”, stelt NOC*NSF-directeur Gerard Dielessen. “Voor een groot deel van de verenigingen komen die precies op tijd. Tegelijkertijd moeten we ook constateren dat vooral de grotere verenigingen met belangrijke kantineopbrengsten en waarvan de accommodatie niet van de gemeente wordt gehuurd, met deze maatregelen niet of nauwelijks zijn geholpen. De kosten van deze verenigingen lopen gewoon door terwijl de inkomstenderving substantieel is. En voor de binnensporten zullen die inkomsten sowieso nog enige tijd sterk achterblijven omdat zij in het geheel geen activiteiten in hun zalen mogen organiseren."

Dielessen spreekt dan ook zijn zorg uit over de grote groep kinderen, jeugd maar ook volwassenen die vóór de corona-crisis in de vele gymzalen, dansscholen, fitnesscentra, sportscholen en andere binnensportaccommodaties meer dan wekelijks aan sport deden. "Laten we hen niet vergeten en ons uiterste best doen om ook die sporten en sporters de ruimte te geven. Het zou erg fijn zijn als zodra de ontwikkelingen dat toelaten, binnensportaccommodaties hun deuren in ieder geval voor de jeugd van Nederland weer kunnen openen. Ik ben dan ook blij met de uitnodiging van het kabinet om met hen in gesprek te gaan over hoe we takken van sport zoals gymnastiek, badminton en tafeltennis op een veilige manier in de zaal kunnen laten sporten.”

Stapje voor stapje vooruit

De sport staat dus voor ongekende uitdagingen, aldus Dielessen. "Gesteund door vele clubs en bonden wordt nu hard gewerkt aan de uitvoering van het opstartplan in de wetenschap natuurlijk dat we nog lang niet van dit ellendige virus af zijn. Dat vereist veel creativiteit, solidariteit, aanpassingsvermogen en vooral ook geduld. De gezondheid gaat immers voor alles. Toch zien we dat onze sportieve samenleving in ieder geval wat betreft het buitensporten de komende weken en maanden stapje voor stapje weer in beweging komt. Dat is ook hard nodig om een gezonde, fitte en weerbare samenleving te blijven."

Gehele sportsector in nood

Binnen de sportsector zijn niet alleen de sportverenigingen hard getroffen. Ook sportbonden, ondernemers, organisatoren van evenementen, professionele sportaanbieders en specifieke groepen topsporters. “Eerder vroegen wij ook voor deze groepen, via verschillende oproepen, aandacht. Op dit moment zijn nog lang niet al deze problemen opgelost. Voor de eerste nood bij sportbonden is het Coronanoodfonds Sport opgezet, waarvoor de sport zelf vijf miljoen euro opzij heeft gezet en de Nederlandse Loterij het vanwege de verlenging van samenwerking met NOC*NSF mogelijk heeft gemaakt daar nog eens een miljoen aan toe te voegen. Over de andere groepen blijven we graag in gesprek met zowel de verschillende overheden als andere partijen."

Meer informatie?

Het Mulier Instituut voerde het onderzoek ‘De gevolgen van coronamaatregelen voor sportverenigingen’ uit in opdracht van NOC*NSF en in afstemming met de Vereniging Sport en Gemeenten en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het volledige onderzoeksrapport lees je hier.


NOC*NSF 22 mei 2020
Heb je een vraag?

Heb je een vraag?

Neem contact op met NOC*NSF Sport Support via: